Achtergrond
De zaak (ECLI:NL:HR:2026:1431) betrof een bv met dertien verhuurde kantoorpanden en een bedrijfshal, waarvan de aandelen op 23 december 2015 aan derden zijn overgedragen. Voor het vastgoed gold toen een transactieprijs van 72,5 miljoen euro, tegenover een fiscale boekwaarde van 89,8 miljoen euro. Op 29 december 2017 droeg de bv drie panden over aan dochtervennootschappen, met een boekverlies van circa 4,3 miljoen euro. De inspecteur weigerde de aftrek en Hof Amsterdam gaf hem op 23 mei 2023 gelijk.
De Hoge Raad grijpt terug op zijn arrest van 9 april 2004 over de voorganger van de bepaling. Dat arrest behoudt zijn betekenis, omdat de wetgever de oude regeling in 2001 heeft voortgezet en aangescherpt. Verliezen die zijn ontstaan vóór de belangenwijziging kunnen niet worden verrekend met latere winsten die niet aan de vroegere aandeelhouders ten goede komen. Dat de inspecteur verliezen sinds 1995 bij beschikking vaststelt, maakt dat niet anders. Wel hadden wettelijke voorschriften voor latente verliezen volgens de Hoge Raad voor de hand gelegen.
Wat dit in de praktijk betekent
Bij de koop van aandelen in een vennootschap met activa waarvan de waarde onder de fiscale boekwaarde ligt, is dat verschil na de overdracht niet zonder meer aftrekbaar wanneer het uiteindelijke belang in belangrijke mate wijzigt. De waarde per actief op het moment van de belangenwijziging wordt daarmee bepalend, zodat een onderbouwde waardering per die datum in het dossier van belang is. In de berechte zaak lag de transactiewaarde bij het ene pand lager en bij het andere hoger dan de boekwaarde.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.