Achtergrond
Sinds 2022 gold voor de vennootschapsbelasting een hoger belastingrentepercentage dan voor de overige belastingen. Tijdig ingediende bezwaren daartegen zijn op 7 februari 2025 aangewezen als massaal bezwaar. De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 dat het hogere percentage in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Op 25 februari 2026 verklaarde de inspecteur in een collectieve uitspraak alle bezwaren in de procedure gegrond, met de mededeling dat de vermindering binnen zes maanden volgt.
De Belastingdienst is begin juli 2026 gestart met de terugbetalingen. De rente wordt herrekend naar het percentage voor de overige belastingen: van 8 naar 4 procent over 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2023, van 8 naar 6 procent over de tweede helft van 2023, van 10 naar 7,5 procent over 2024, van 9 naar 6,5 procent over 2025 en van 7,5 naar 5 procent vanaf 1 januari 2026. De herrekening geldt niet voor elke aanslag, maar voor tijdige bezwaarmakers en voor een beperkte groep aanslagen die kort na het arrest is opgelegd.
Wat dit in de praktijk betekent
Ga per vennootschap na of tegen de belastingrente tijdig bezwaar is gemaakt en of de vermindering is ontvangen; de termijn van zes maanden liep op 25 augustus 2026 af. Leg de verminderingsbeschikking naast de oorspronkelijke renteberekening en reken de periodes na met de gecorrigeerde percentages. Voor aanslagen zonder tijdig bezwaar volgt geen automatische correctie; of nog een verzoek om vermindering mogelijk is, hangt af van de dagtekening en van de vraag of het een voorlopige aanslag betreft.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.