Achtergrond
Sinds 1 januari 2015 is het inkomen waarover pensioen in de tweede pijler of een lijfrente in de derde pijler kan worden opgebouwd gemaximeerd. De grens bedroeg toen 100.000 euro en wordt in beginsel jaarlijks geïndexeerd met de ontwikkeling van het minimumloon. Bij het begin van 2025 en 2026 is die indexatie al achterwege gebleven, als dekking voor een amendement over de giftenaftrek. Daardoor staat de grens in 2026 op 137.800 euro.
Het kabinet stelt nu voor ook bij het begin van de kalenderjaren 2027 tot en met 2032 geen indexatie toe te passen. De memorie van toelichting noemt dit een algemene dekkingsmaatregel uit het coalitieakkoord. Het gaat om artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Over inkomen boven de grens blijft opbouw van nettopensioen of nettolijfrente mogelijk, waarvoor alleen een vrijstelling in box 3 geldt. In een evaluatie is niet voorzien.
Wat dit in de praktijk betekent
Wie meer verdient dan 137.800 euro, ziet bij stijgende lonen een steeds groter deel van het inkomen buiten de fiscaal gefaciliteerde opbouw vallen. Omdat voor lijfrenten hetzelfde maximum geldt, groeit ook de ruimte voor premieaftrek aan de bovenkant niet mee. Voor het inkomen daarboven resteren nettopensioen, nettolijfrente of vermogensopbouw in box 3. Het gaat om een voorstel dat nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden aangenomen, zodat de bevriezing nog niet vaststaat.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.