Achtergrond
Op grond van artikel 4.12a van de Wet inkomstenbelasting 2001 blijven reguliere voordelen die een erfgenaam binnen 24 maanden na het overlijden uit een geërfd aanmerkelijk belang ontvangt onder voorwaarden buiten de heffing. De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt met hetzelfde bedrag verlaagd, zodat de heffing later alsnog volgt. De faciliteit is bedoeld om de inkomsten- en erfbelasting rond het overlijden te kunnen betalen uit een winstuitkering van de vennootschap.
Erft een erfgenaam naast de aandelen ook een schuld aan de bv, of gaat hij er binnen 24 maanden een aan, dan telt die schuld bij hem mee voor de regeling voor excessief lenen, met een maximumbedrag van 500.000 euro in 2026. Het voorstel voegt aan artikel 4.12a een tweede lid toe dat de faciliteit voor dit fictieve voordeel uitsluit. Volgens de memorie van toelichting voorkomt dat gebruik waarvoor de faciliteit niet is bedoeld en mogelijke dubbele heffing.
Wat dit in de praktijk betekent
Voor nalatenschappen waarin aandelen en een schuld aan de bv samen vererven, wordt de stand van die schuld aan het einde van het kalenderjaar belangrijker. Volgens de toelichting pakt toepassing van de faciliteit bij een bovenmatige schuld nu al ongunstig uit, omdat het maximumbedrag dan niet wordt verhoogd en een jaar later opnieuw een fictief voordeel ontstaat. Voor een daadwerkelijke winstuitkering binnen 24 maanden verandert het voorstel niets. Het moet nog door beide Kamers worden aangenomen.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.