Achtergrond
Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 moet de aangifte erfbelasting binnen twintig maanden na de overlijdensdatum bij de Belastingdienst binnen zijn. Bij een overlijden vóór 2026 blijft de termijn acht maanden. De belastingrente schuift mee: die wordt bij een overlijden in 2026 of later berekend vanaf twintig maanden na het overlijden, ook als uitstel is verleend.
Het Belastingplan 2026 bevat meer wijzigingen in de schenk- en erfbelasting. Een schenking binnen 180 dagen vóór het overlijden van de schenker hoeft alleen nog in de aangifte erfbelasting te worden opgenomen. Een kind zonder familierechtelijke betrekking met de biologische ouder wordt gelijkgesteld met een juridisch kind als het ouderschap met een DNA-test wordt aangetoond. Een huwelijksgoederengemeenschap of finaal verrekenbeding met ongelijke breukdelen leidt tot heffing over wat een echtgenoot boven de helft verkrijgt. Volgens de toelichting van Grant Thornton van 17 september 2025 op het wetsvoorstel geldt dat voor huwelijkse voorwaarden die op of na 16 september 2025, 16.00 uur zijn opgesteld of gewijzigd.
Wat dit in de praktijk betekent
De langere termijn geeft erfgenamen meer tijd om de nalatenschap in kaart te brengen, maar geldt alleen als het overlijden in 2026 of later plaatsvond. Voor oudere nalatenschappen blijft de termijn van acht maanden bepalend, ook voor de belastingrente. Bij huwelijkse voorwaarden met een andere verdeling dan bij helfte is de datum van opstellen of wijzigen van belang. Wie een schenking ontving binnen 180 dagen vóór het overlijden van de schenker, verwerkt die in de aangifte erfbelasting.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.