Achtergrond
In box 3 wordt het inkomen berekend met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Voor 2026 rekent de Belastingdienst met 6,00 procent voor beleggingen en overige bezittingen; dat percentage staat vast. Voor banktegoeden geldt voorlopig 1,28 procent en voor schulden voorlopig 2,70 procent. Deze twee percentages worden begin 2027 definitief vastgesteld. Over het berekende voordeel uit sparen en beleggen is 36 procent belasting verschuldigd.
Het heffingvrij vermogen is 59.357 euro per persoon en voor fiscale partners samen 118.714 euro. Schulden tellen pas mee boven een drempel van 3.800 euro per persoon, voor partners samen 7.600 euro. In de voorlopige aanslag 2026 houdt de Belastingdienst geen rekening met het werkelijke rendement. Een lager werkelijk rendement kan pas aan de orde komen bij de aangifte inkomstenbelasting over 2026.
Wat dit in de praktijk betekent
De voorlopige aanslag 2026 gaat altijd uit van de forfaits, ook als het werkelijke rendement lager uitvalt. Wie vooral beleggingen of andere bezittingen heeft, wordt belast naar een verondersteld rendement van 6 procent en doet er goed aan het werkelijke rendement over 2026 bij te houden voor de aangifte. Omdat de percentages voor banktegoeden en schulden nog voorlopig zijn, kan de definitieve berekening afwijken van de voorlopige aanslag.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.