Achtergrond
Voor 2026 waren in eerdere belastingplannen meer wijzigingen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voorzien dan er zijn ingevoerd. Wel in werking getreden op 1 januari 2026 is een nieuwe definitie van preferente aandelen. Zulke aandelen kwalificeren niet voor de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling, tenzij ze zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging.
Drie andere maatregelen zouden op een later te bepalen datum ingaan. Het ging om de beperking van de faciliteiten tot gewone aandelen met een belang van ten minste 5 procent, om een familietoets waarmee kleinere belangen zouden kwalificeren als de familie gezamenlijk 25 procent hield, en om een ruimere verwateringsregeling voor indirecte belangen onder 0,5 procent. Volgens Accountancy Vanmorgen van 21 oktober 2025 schreef staatssecretaris Heijnen in de nota naar aanleiding van het verslag bij het Belastingplan 2026 dat het kabinet deze maatregelen niet invoert. Als reden noemde hij een aanzienlijk risico op ongeoorloofde staatssteun en, bij de familietoets, strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Wat dit in de praktijk betekent
Voor de toepassing van de faciliteiten is de aandelensoort een zelfstandig aandachtspunt geworden. Aandelen met een voorrangsrecht, waaronder ook letteraandelen kunnen vallen, moeten aan de nieuwe definitie worden getoetst voordat een schenking wordt gepland. Zijn preferente aandelen uitgegeven bij een gefaseerde overdracht, bewaar dan de stukken waaruit dat blijkt. Een minimumbelang van 5 procent is geen voorwaarde geworden, zodat een kleiner belang niet om die reden buiten de regeling valt.
Bron
Dit bericht is een signalering en geen advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; raadpleeg ons voordat u op grond hiervan handelt.